Negenendertig sporen gekruist bij boring in Amersfoort

Voor de uitbreiding van de elektracapaciteit in de wagenwerkplaats in Amersfoort moesten in opdracht van ProRail meerdere middenspanningskabels worden aangebracht. De opdracht was gegund aan spooraannemer Swietelsky. Binnen de opdracht viel ook een boring die onder 39 sporen door zou lopen. Swietelsky besteedde deze uit aan Van Vulpen.

Play
Slider

Het kruisen van zoveel sporen vereist een gedegen voorbereiding. Waar plannen we het intredepunt, waar komt de boring boven de grond? Wat komen we onderweg tegen? Is er wellicht een beter alternatief? Hoe voorkomen we dat het spoor verzakt? Hoe passen de richtlijnen van ProRail in de plannen en de gewenste actie? En spelen er misschien milieuaspecten waar we rekening mee moeten houden?

Drie haspels

Een deel van de 39 sporen was rangeerspoor, maar op een deel reden treinen heen en weer. Om de boring uit te kunnen voeren, werd de boormachine bovenop de tunnelbak van een doorgaand spoor geplaatst en kwam de boring tussen twee andere spoorbanen boven. Er moest worden gewoekerd met de ruimte. Bij het uittredepunt was bijvoorbeeld geen ruimte om de in te trekken buizen vooraf klaar te leggen. Om die reden is ervoor gekozen gebruik te maken van drie haspels. Deze stonden vlakbij het uittrede – achter elkaar – opgesteld.


Drie sporen tijdelijk buiten dienst

Omdat Van Vulpen zo kort op het functionerende spoor moest werken, was het niet mogelijk om de standaard richtlijnen van ProRail te volgen. Hierover zijn goede afspraken gemaakt. Ook kon niet voorkomen worden dat drie spoorbanen tijdens de intrekoperatie buiten dienst genomen moesten worden. Ondanks het ruimtebesparende werken met haspels kon Van Vulpen niet voorkomen dat de bundel tijdens het intrekken de drie naastgelegen sporen over moest steken. Dankzij goed overleg en een strakke planning bleek het tijdelijk buiten dienst stellen van deze sporen gelukkig geen probleem.

Risico op zetting uitsluiten

Boren onder spoorbanen door is onderhevig aan risico’s. Van Vulpen zag in dat de geplande boring voor een aanzienlijk deel door de druklijnen van het spoor zouden lopen. Dit zou de kans op een verzakking vergroten. In overleg met ProRail is toen tot een boorlijn ontworpen die beter uitvoerbaar was. Om het mogelijke risico op zettingen van het spoor volledig uit te sluiten, is de boring ook voorzien van drill-grout. Dit vult de loze ruimten op tussen bundel en boorgat.


Bentoniet gecontroleerd op PFAS/PFOS

Ten slotte hield Van Vulpen bij de boring rekening van het aantreffen van PFAS/PFOS. Op deze boorlocatie was de kans aanwezig dat deze stoffen werden aangetroffen. Hoewel de kans bijzonder klein is dat deze met een boring ‘naar boven komen’, is de uitkomende bentoniet tijdelijk in vloeistofcontainers opgeslagen. Nadat de spoeling bemonsterd was, en niet vervuild bleek, kon deze worden afgevoerd.

De boring is op 30 september 2019 succesvol uitgevoerd. Van Vulpen realiseert verbindingen.